|
Het beleidsdoel voor 2012 is: minimaal 50% van de Nederlandse jongeren voldoet aan de beweegnorm.
Beweegnorm De Nederlandse Norm Gezond Bewegen (NNGB): voor jongeren (0-17 jaar): dagelijks één uur tenminste matig intensieve lichamelijke activiteit, waarbij minimaal twee keer per week kracht-, lenigheid- en coördinatieoefeningen voor het verbeteren of handhaven van de lichamelijke fitheid.
Bewegingsonderwijs en sportvereniging Gemiddeld krijgen de leerlingen in het primair en voortgezet onderwijs op twee dagen per week bewegingsonderwijs. Daarbij doet nog eens 85% van de jeugd buitenschools aan sport; 70% van de schoolgaande jeugd is lid van een sportvereniging. Maar daarmee bewegen kinderen en jongeren nog niet voldoende met oog op hun gezondheid en het voorkomen van overgewicht. Het bewegingsonderwijs zet nog onvoldoende aan tot een actieve leefstijl. (Stegeman, H., 2007).
De stand van zaken:
-
In 2008 voldeed 47% van de Nederlandse jongeren aan de beweegnorm, 4% hoger dan 2007 en vergelijkbaar met 2006.
-
In 2008 is 17% van de Nederlandse jongeren inactief; het hoogst gevonden percentage vergeleken met 2006 en 2007.
-
Groepen Nederlandse jongeren die een beweegachterstand hebben, zijn: meisjes, jongeren in de middelbare schoolleeftijd, jongeren die niet sporten en jongeren met een niet-Nederlandse achtergrond.

Figuur 1: Sterk oververtegenwoordigde niet-(verenigings)sporters, bevolking van 5 tot17 jaar (in procenten). Bron: SportersMonitor 2008, W.J.H. Mulier Instituut, 2009.
-
School en sport vormen de belangrijkste bronnen van lichamelijke activiteit van Nederlandse jongeren.
-
Op een werkdag brengen Nederlandse jongeren gemiddeld 53% van hun tijd zittend of liggend door (exclusief slaaptijd) en op een vrije dag gemiddeld 30% van hun tijd.
(Bron: Resultaten Monitor Bewegen en Gezondheid, Bewegen in Nederland 2000-2008, TNO).
Afhaken rond 15 jaar Rond 15 jaar haken veel sporters af. De sportdeelname is bij de groep van 16- 20 jarigen (74%) aanzienlijk lager dan bij de 11- tot 15-jarigen (85%).

Figuur 1: Sportverleden van de bevolking van 5 tot 80 jaar (in procenten). Bron: SportersMonitor 2008, W.J.H. Mulier Instituut, 2009.

Figuur 2: Aandeel niet-sporters (0- 11 keer per jaar sportief actief), bevolking van 5 tot 80 jaar, naar leeftijd (in procenten). Bron: SportersMonitor 2008, W.J.H. Mulier Instituut, 2009.
|