Uitgangspunten ‘school en sport’

Het belangrijkste uitgangspunt om ‘school en sport’ op de lokale agenda te zetten, is het idee dat sport en bewegen naast een doel in zichzelf (sport als doel), ook een krachtig middel is om maatschappelijke doelen te bereiken (sport als middel). Aan het idee dat het goed is lokale bestuurlijke en uitvoerende netwerken te vormen, ligt het uitgangspunt ten grondslag dat alleen vanuit gezamenlijke inspanning van gemeente, onderwijs en sport de jeugd aangezet kan worden om meer te gaan bewegen.

Sport en bewegen als middel
Sport heeft een intrinsieke waarde. Sporten en bewegen is een zinvolle en prettige vrijetijdsbesteding. Sport en bewegen kan ook als middel worden ingezet om maatschappelijke doelen te bereiken, zoals:

  • Het bevorderen van de gezondheid. Vooral het toenemende overgewicht bij kinderen is een grote bedreiging voor de volksgezondheid.
  • Het voorkomen van schooluitval. Meer sport kan het onderwijs aantrekkelijker maken en mogelijk bijdragen aan de binding die leerlingen hebben met de school.
  • Het herkennen en ontwikkelen van talent. Door de jeugd al jong een gevarieerd aanbod aan sportactiviteiten aan te bieden, kan talent zich ontwikkelen. Een brede basis leidt tot een hoge top.

pijl Denk vooraf na welke ambities er lokaal zijn. Wat wilt u met elkaar bereiken en welke doelgroep heeft u hierbij voor ogen? Dat bepaalt de aanpak en ook welke partijen betrokken moeten worden. Talent ontwikkelen vraagt bijvoorbeeld een andere aanpak dan overgewicht tegengaan. Ook zullen er andere partijen aan tafel moeten zitten.

Sport en bewegen en school
Uit literatuuronderzoek van het Mulier Instituut1, blijkt dat sport een positieve bijdrage kan leveren aan schoolprestaties. Bijna alle studies vinden een positieve (maar doorgaans niet zeer sterke) relatie tussen sportparticipatie en schoolprestaties. Een aantrekkelijk aanbod van sport- en bewegingsactiviteiten draagt verder bij aan het beperken van schooluitval, schoolverzuim en reductie van antisociaal gedrag. Effecten hangen sterk samen met de wijze waarop de activiteiten worden aangeboden en de rol die de leerkracht en trainer speelt. Het lijkt er niet zozeer om te gaan welke sport of beweegactiviteit wordt aangeboden, maar vooral om hoe deze wordt aangeboden.

1Effecten van sport en bewegen op school, Een literatuuronderzoek naar de relatie van fysieke activiteit met de cognitieve, affectieve en sociale ontwikkeling, Stegeman, H.,
W.J.H. Mulier Instituut ’s-Hertogenbosch, maart 2007.

Samen sterker
Door betere samenwerking tussen scholen, naschoolse opvang, buurtorganisaties en sportorganisaties kan een doorlopend en zo mogelijk dagelijks sport- en beweegaanbod voor de jeugd ontstaan. Het gaat dan om samenwerking onder schooltijd, maar ook zit een belangrijk winstpunt juist in het vergroten van het naschoolse aanbod. Intensieve samenwerking tussen de school en de sportsector, maar ook bijvoorbeeld huiswerkbegeleiding op de sportvereniging of maatschappelijke stages voor middelbare scholieren of mbo-studenten, laten zien dat onderwijs en sport elkaar veel te bieden hebben.

Ook de samenwerking tussen het onderwijs, de opvangsector en de sportsector is van groot belang. Hier liggen bij uitstek kansen voor de sectoren om elkaar te versterken. Als de sectoren onderwijs, sport en opvang elkaar vinden en komen tot een integrale samenwerking, ontstaat er een aantrekkelijk dagarrangement. Een dergelijk dagarrangement levert niet alleen een belangrijke bijdrage aan het plezier, de bewegingsstimulering en de gezondheid van de jeugd, maar ook aan de mogelijkheden voor ouders om hun arbeid- en zorgtaken op een goede manier te combineren.

Samenwerking met jeugdjongerenwerk en buurtorganisaties maakt het mogelijk ook moeilijk te bereiken groepen te bedienen. Zij kunnen juist ook die kinderen en jongeren bereiken die niet naar de buitenschoolse opvang gaan en zich niet uit zichzelf bij een sportclub aanmelden. 

 

Meedoen
  

blok_platformsbo