|
Sportorganisaties zijn er in veel soorten en maten. Er zijn sportverenigingen en commerciële aanbieders, zoals fitnesscentra, outdoorbedrijven, tennishallen of klimhallen. De sportverenigingen zijn vaak van oudsher georganiseerd in een lokale overlegstructuur. Lokale overlegstructuren op het gebied van sport duiden we hier aan met de term lokale sportbundeling.1 Zo’n lokale sportbundeling overstijgt het individuele belang van een sportvereniging. Veel gemeenten kennen een eigen sportbundeling.
Mogelijke overlegstructuren en vormen van bundelingen zijn:
1 Deze term is afkomstig uit de brochure Bundelen van belangen, lokale sport- en beweegoverlegstructuren als vorm van samenwerking, NISB, maart 2009.
Taken Deze lokale sportbundelingen hielden zich van oudsher vooral bezig met belangenbehartiging. De steeds belangrijkere maatschappelijke betekenis van sport en bewegen vraagt echter om een andere aanpak en benadering. Sportbundelingen die constructief willen meedenken over sport- en beweegbeleid in de gemeente en partnerschap aan willen gaan met andere partijen zoals schoolbesturen, zijn bij uitstek geschikt om actief mee te draaien in lokale netwerken.
Rol Sportaanbieders, zowel verenigingen als commerciële partijen, bieden een sportaanbod aan. Zij geven trainingen en organiseren wedstrijden. Bovendien hebben zij de accommodatie en de middelen daarvoor beschikbaar. Sportverenigingen werken al vaak op incidentele basis samen met scholen. Commerciële sportaanbieders werken vooral samen met scholen voor voortgezet onderwijs. Vanuit het mbo wordt met beide partijen steeds meer samengewerkt. De meeste verenigingen die samenwerken met het onderwijs zien dat als een mogelijkheid leden te werven. Het is goede PR voor de eigen activiteiten. Daarnaast willen zij ook invulling geven aan hun maatschappelijke taak.
Functionarissen sport en bewegen Binnen een sportvereniging beslist het bestuur over het beleid. In de uitvoering werken sportleiders, trainers en coaches aan het aanbod. Hoewel sommige trainers een vergoeding krijgen, is dit vaak vrijwillig kader. Soms is er een breedtesportconsulent of een verenigingsmanager met coördinerende taken in loondienst.
Kenmerkend De sportorganisaties hebben een sportaanbod in handen. Zij hebben ervaring met het geven van training en het organiseren van wedstrijden voor de jeugd. Zij hebben de beschikking over kader dat deskundig is in het verzorgen van bepaalde sporten. Zij hebben de beschikking over passende accommodatie en materialen en middelen. De vereniging kan dat aanbieden in de samenwerking met onderwijs, buurtwerk of naschoolse opvang. Sportorganisaties zijn in staat talent te herkennen en dat verder te ontwikkelen. Daarnaast is de sportvereniging een prima stageplek voor middelbare scholieren die een maatschappelijke stage doen of voor stagiairs van mbo-scholen.
De sportverenigingen kennen over het algemeen een sportgebonden aanbod. Om de sport binnen een schoolsetting aan te bieden, zal er ook een meer schoolgericht aanbod ontwikkeld moeten worden. Sportverenigingen zijn van oudsher vrijwilligersorganisaties. Dat neemt als knelpunt in de samenwerking tussen school en sport met zich mee dat de sportverenigingen meestal overdag niet beschikbaar zijn. Ook is het personeel niet altijd geschikt om lessen te geven binnen het onderwijs. Door maatschappelijke ontwikkelingen is echter een duidelijke professionaliseringsslag zichtbaar bij de sportverenigingen. De omgeving waarin sportverenigingen opereren wordt steeds complexer en veranderingen volgen elkaar in hoog tempo op. Zo is er toenemende aandacht voor wet- en regelgeving en is het moeilijker vrijwilligers te werven. Maar ook juist door de samenwerking met de kinderopvang, brede school, deelname in projecten tussen buurt-onderwijs-sport, wordt van sportverenigingen steeds meer professionaliteit verwacht. Professionaliseren betekent een sterkere verenigingsstructuur en betere ondersteuning vanuit bonden en andere sportondersteunende organisaties. Het vraagt ook om goed geschoold kader. Dat kan door het vrijwillig kader te scholen en/of door beroepskrachten in dienst te nemen. Deze beroepskrachten kunnen van binnen uit de sportvereniging ondersteunen en versterken.
Een aantal sportverenigingen, vaak de grotere, wil graag professionaliseren. Veel andere, vooral kleinere verenigingen vinden wel dat ze een maatschappelijke taak hebben, maar willen vooral het karakter van een vrijwilligersvereniging behouden. Steeds meer verenigingen en sportservice-organisaties willen geen nadruk meer leggen op de maatschappelijke taken. Zij richten zich op een goed sportaanbod en beschouwen de maatschappelijke effecten als een logische spin off. Als de vereniging goed is georganiseerd, kan dit prima werken.
Commerciële sportorganisaties werken met betaalde krachten en kennen het probleem van moeten professionaliseren niet direct. Wat hier geldt is dat commerciële belangen voorop zullen staan of in ieder geval zwaar zullen meewegen.
|