|
Gemeente Groningen, het Röling College en plannen voor knooppunt Kardinge
Situatieschets In het kader van de BOS-impuls, zijn tussen 2006 en 2008 in negen wijken in Groningen Bslim-projecten gestart. Deze worden uitgevoerd door het Huis voor de Sport Groningen, het jongerenwerk (MJD), scholen en schoolbesturen en richten zich met name op het primair onderwijs. In de toekomst is het plan ook het VO (vooral vmbo) hierbij te betrekken. In het kader van Bslim, het project van de gemeente Groningen, dat zich inzet voor een gezonde leefstijl voor iedereen, maar van kinderen en jongeren in het bijzonder, is de afgelopen jaren een effectieve structuur opgezet. In alle negen wijken is een breed dagelijks sportaanbod voor de jeugd beschikbaar. De financiering vanuit de BOS-impuls gaat nog door tot en met 2010. Daarna komen er nieuwe middelen, vanuit de regelingen combinatiefuncties en NASB. Het is nog onzeker of deze middelen kunnen worden ingezet voor de instandhouding van de huidige Bslim-aanpak.
Röling College Het Röling College (onderdeel van het Belcampo College) is een LOOT-school en daardoor is er al relatief veel aandacht voor sport. De school is echter niet sterk op breedtesport gericht. In het kader van het vak BSM (Bewegen, Sport en Maatschappij) worden incidenteel sportactiviteiten georganiseerd. De school ligt vlakbij sportknooppunt Kardinge, een groot sportcomplex met een zeer uitgebreid sportaanbod. Daarnaast zijn er goede contacten met ROC Alfa College die ook stagiaires levert vanuit de mbo-opleiding Sport & Bewegen.
Plannen voor Sport- en scholenknooppunt
Vlakbij sportknooppunt Kardinge wordt in de komende jaren ook een scholenknooppunt aangelegd. De bedoeling is dat alle vmbo-bovenbouwlocaties vanaf 2012 gevestigd zijn op deze plek. Omdat bewegingsarmoede vooral in de bovenbouw van het vmbo een probleem is, vormen de leerlingen van deze scholen een belangrijke doelgroep voor sportstimuleringsprojecten. De nabijheid van  sportknooppunt Kardinge biedt unieke kansen voor het leggen van structurele verbindingen tussen school en sport. Er zijn uitstekende randvoorwaarden aanwezig. Het Sportcentrum Kardinge biedt een uitgebreid scala aan sportmogelijkheden en kwalitatief hoogstaande accommodaties: klimmen, schaatsen, zwemmen, skaten/skeeleren, squash, tennis en vele andere zaal- en veldsporten. Vmbo-scholen zullen allemaal op steenworp afstand van dit centrum zijn gevestigd. Goede opleidingen rondom sport en bewegen zijn ook in de gemeente aanwezig, zowel op mbo- als op hbo-niveau en universitair (bewegingswetenschappen). Dit betekent dat er in de buurt voldoende professioneel kader wordt opgeleid en het biedt daarnaast volop mogelijkheden tot het inzetten van stagiaires voor de uitvoering van het sportaanbod.
Huis voor de Sport Groningen heeft plannen ontwikkeld om hier dan ook de samenwerking tussen school en sport, structureel vorm te geven. Gezien de aanwezige randvoorwaarden lijkt het leggen van deze verbinding nog slechts een kleine stap. Toch is nog onduidelijk of er genoeg financiële middelen zijn om de plannen te kunnen realiseren.
Dilemma's!
-
Veel geld komt binnen door tijdelijke stimuleringsregelingen, waardoor veel in gang kan worden gezet. De continuïteit is daarbij echter niet geborgd.
-
Beleidsambtenaren zijn weliswaar voorstander van het plan om een sport- en scholenknooppunt te ontwikkelen, maar krijgen de opdracht om visies te ontwikkelen en plannen op te stellen die weinig geld kosten.
-
Sportverenigingen richten zich op de eigen activiteiten en werken veelal met vrijwilligers. Daardoor is het lastig een gezamenlijke lobby op te zetten om sport en bewegen hoog op de prioriteitenlijst van de gemeente te krijgen.
-
Voor het tot stand brengen en in stand houden van een sterkere connectie tussen onderwijs en sport is het nodig dat verenigingen versterkt worden met een professioneel kader voor meerdere verenigingen samen. Een combinatiefunctie biedt hiervoor goede mogelijkheden. Wel is het lastig deze functie in te vullen omdat deze te maken krijgt met vele verenigingen die onderling sterk van elkaar verschillen en met elkaar concurreren.
-
Schoolsbesturen staan positief tegenover samenwerking school en sport, maar zien het niet als hun 'core business'. Om de
ambitieuze plannen te realiseren, is het wel nodig dat zij zich committeren en hun bijdrage leveren in de vorm van personele inzet en een bijdrage in de kosten.
|
Tips!
- Profiteer van de grote animo onder leerlingen om deel te nemen aan tussen- en naschoolse sportieve activiteiten door te zorgen voor een structureel aanbod.
- Goede samenwerking tussen de afdelingen sport en onderwijs van de gemeente werkt zeer bevorderlijk.
- Zet de combinatiefunctionaris in als ondersteuner bij sportverenigingen. Dit is een mooie kans om de verenigingen te versterken. Begin eventueel bij een beperkt aantal verenigingen, de vraag van andere verenigingen gaat dan wel komen.
- Gebruik goed werkende structuren die ontstaan zijn in het verleden bij andere sport- en bewegenprojecten. Breid ze verder uit of gebruik de structuur als voorbeeld voor het opzetten van nieuwe structuren rondom bijvoorbeeld het VO.
- Zorg voor een kwalitatief goed en structureel naschools sportaanbod. Dit is een vorm van zinvolle vrijetijdsbesteding die in meerdere opzichten maatschappelijk nuttig is.
- Gebruik maatschappelijke stages voor VO-leerlingen om leerlingen in te zetten als vrijwilliger. Zo verhoog je de participatie van deze jongeren en kan nieuw, jong kader voor de verenigingen worden opgeleid.
|
Links www.huisvoordesportgroningen.nl www.bslim.nl www.belcampo.nl
Hier kunt u het uitgebreide gespreksverslag van Groningen downloaden. 
|